Hoop is blijven ademen

Hoop

Hoop is blijven ademen

Veel mensen voelen zich ‘hopeloos’ wanneer ze geen richting, geen lichtpuntje meer kunnen zien of voelen. Het gevoel terneergeslagen te zijn, niet meer weten waartoe het allemaal dient. Een klein lichtpuntje zien in het donker, dat klinkt misschien als hoop, maar volgens mij is het dat niet. Als er een lichtpuntje is, dan heb je richting, gevoel, houvast. Dan heb je hoop niet zo erg meer nodig.. Hoop is namelijk pas echt nodig wanneer we niets meer lijken te hebben om ons aan vast te houden. Wanneer we spartelen om ons hoofd boven water te houden. Hopen is volhouden, blijven ademen, alles inspannen om de dag door te komen. Hoop is in het pikkedonker toch stapjes blijven zetten, niet wetende of de richting de juiste is. Het is de taaiheid waarmee wij mensen ons aan het leven en aan elkaar vastklampen wanneer wij het even helemaal niet meer weten. Het is de gedachte dat het beter kan worden, ook al kan je het nu helemaal niet zien of voelen. Dat soort hoop is dus minder een gevoel, en meer een staat van zijn. Iets dat zich toonbaar maakt door vol te houden, door op te staan en dingen te doen, niet omdat ze een goed gevoel geven maar omdat ze ertoe doen. Die lichtpuntjes, die verschijnen dan vanzelf wel weer.

 

“Hope is a slighter, tougher thing even than trust (…). In a good season one trusts life; in a bad season one only hopes, But they are of the same essence: they are the mind’s indispensable relationship with other minds, with the world, and with time.”
– Ursula le Guin