Rituelen of bidden verzacht bij overlijden
Onlangs was ik betrokken bij iemand die euthanasie kreeg. Het was een gelovige man en hij wilde graag dat ik vooraf aan de uitvoering met hem zou komen bidden. Ik begeleidde de cliënt al 2 jaar met enige regelmaat, dus kende zijn levensverhaal. Cliënt regisseerde alles, met hulp van familie, zelf. Toen hij die middag klaar ging zitten om later de medicatie toegediend te krijgen, had hij al iemand die meteen zijn scootmobiel meenam. Zijn uitvaart was ook al geregeld. Na nog een gesprek met de man en de aanwezige familie wilde ik gaan bidden. Op dat moment ging de bel en stond de euthanasiearts en zijn compagnon al voor de deur. Ze kwamen erbij zitten. Zo met alle aanwezigen kon ik het gebed uitspreken, waarin dankbaarheid de hoofdrol speelde voor alle talenten en een goed huwelijk.
Ook de pijn en het verdriet kregen een plaats. We baden ook voor de artsen die de cliënt gingen helpen. We benoemden het overlijden als één van de belangrijkste momenten in een mensenleven en wensten de man een goed weerzien met zijn vrouw aan ‘gene zijde’. We sloten af met een weesgegroet. Vervolgens kon ik niet blijven omdat je, als je aanwezig bent bij de uitvoering van euthanasie, je moet wachten tot de schouwarts er is. Zoveel tijd had ik niet. Bij het weggaan gaf ik iedereen een hand. Ook de arts van het expertisecentrum en zijn compagnon. De arts zei: bedankt dat we bij het bidden mochten zijn. Dat komt niet meer vaak voor en ik mis het wel eens.
Deze opmerking resoneerde die dag nog een tijd bij mij. Mijn gedachten hierover zijn, dat de handeling om iemand uit het leven te helpen hoe dan ook een medische handeling is. Met hoeveel menselijkheid ook uitgevoerd. Een ritueel, al is het maar een gebed, creëert een ‘verzachtende ruimte’ die het ‘harde’ van de ingreep in een ander, verzachtender, kader plaatst. Waarmee niet alleen degene die het ondergaat gebaat is, maar ook degene die het gaat uitvoeren.
Het is wat je iedereen zou gunnen.
Ulla Berger, geestelijk verzorger
